A A

Online afspraken maken

De huisartsen maken het mogelijk om online afspraken te maken.

Er bestaat een mogelijkheid dat u niet altijd bij uw eigen huisarts terecht komt maar bij een waarnemend huisarts. I.v.m. vakanties, nascholingen of ziekte.

Online afspraak huisarts:

  • Een consult ( 1 klacht, 10 minuten)

Online afspraak assistente:

  • Hechtingen verwijderen
  • Wrattenspreekuur
  • Bloeddruk meten
  • Oren uitspuiten (graag 3 dagen van te voren druppelen met sla-olie)
  • Injectie( vit b12 of prikpil)

Online afspraak Praktijkondersteuner:

  • Oorpijn klachten
  • Keelpijn klachten
  • Huidproblemen
  • Verkoudheid

Mocht u vragen hebben kunt u telefonisch contact opnemen met de assistente.

U krijgt van de gemaakte afspraak niet automatisch een bevestiging of herinnering, noteer de afspraak graag direct in uw agenda.

Indien u niet op de afspraak verschijnt krijgt u een factuur voor het bedrag van € 10,-

Voor een spoed afspraak dient u telefonisch contact op te nemen met het centrum.

Nieuws logopedie

Duimen, waarom zou je het afleren?

Onder andere bij de schoollogopedie komen we steeds meer kinderen tegen die op 5, 6 jarige leeftijd nog duimen ( of een speen hebben). Veel kinderen vinden hier nog troost of rust uit. Toch is het belangrijk te beseffen dat dit gedrag een negatieve invloed heeft op het gebit, de mondmotoriek en de articulatie. Probeer het hierom zo vroeg mogelijk af te leren.

 

 

Start met het afleren van het duimen op een moment dat uw kind lekker in z’n vel zit. Maak er geen strijd van om het duimen af te leren, maar laat het uit het kind zélf komen. Eventueel kunt u het na verloop van tijd opnieuw proberen.

 

Ga na op welke momenten uw kind duimt en probeer uit te leggen waarom je beter niet kunt duimen.

Spreek af wanneer uw kind niet meer zal duimen. Begin met momenten overdag, bijvoorbeeld tijdens het voorlezen of televisie kijken. Maak dit moment in het begin niet te lang. Als het goed gaat, kan dit worden uitgebreid naar meer en langere momenten per dag. Tenslotte wordt ook ’s nachts en bij het inslapen het duimen afgeleerd. Als uw kind niet kan inslapen zonder duim, haal dan de duim uit de mond zodra uw kind slaapt.

 

Indien uw kind duimt met een knuffel of doekje, kunt u afspreken dat deze op de slaapkamer blijft. Hierdoor zal uw kind minder geneigd zijn om te duimen

 

Hulpmiddelen

  • Plak op plaatsen waar uw kind veel komt een herinneringsteken, bijvoorbeeld een sticker. Geschikte plaatsen zijn: de televisie, het nachtkastje of de koelkast.
  • Plak een pleister om de duim of vinger(s).
  • Smeer een speciaal voor dit doel gemaakte vloeistof op de duim of vinger(s); dit is te koop bij drogist of apotheek.
  • Maak voor overdag een duim- of vingerpoppetje.
  • Maak voor ’s nachts een handpop van een washandje, want of sok, zodat het minder makkelijk is om duim of vinger(s) in de mond te steken

In elke schoolklas zitten 2 kinderen met TOS!

Herken de signalen van een taalontwikkelingsstoornis

Praat uw peuter nog nauwelijks? Is uw kind stil in de klas, praat hij onverstaanbaar of struikelt hij voortdurend over zijn woorden? Begrijpt uw kind niet altijd wat u zegt? Dan kan het zijn dat het een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft. Een TOS leidt vaak tot sociale, emotionele en gedragsproblemen. De logopedist kan uw kind helpen.

Volgens de NVLF, de beroepsvereniging voor logopedisten, heeft ongeveer 7% van de kinderen op de basisschool een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dat zijn twee kinderen in een schoolklas van 30 leerlingen. Bij jongens komt TOS vaker voor dan bij meisjes. TOS is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en kan erfelijk zijn. De oorzaak is nog niet bekend. Veel mensen weten niet van het bestaan van TOS, terwijl de stoornis veel vaker voorkomt dan bijvoorbeeld autisme.

Vermoeden van TOS
Of een kind daadwerkelijk TOS heeft, moet door onderzoeken officieel worden vastgesteld. Voor de diagnose doet de logopedist verschillende taaltests. Ook het gehoor wordt onderzocht, om er zeker van te zijn dat de oorzaak bijvoorbeeld niet doofheid is. Wanneer blijkt dat serieus sprake is van TOS, bepaalt de logopedist welke behandeling het beste bij het kind past. Ouders zijn hier altijd nauw bij betrokken, omdat ook zij vaak veel met hun kind moeten oefenen.

Jong behandelen
Logopedie heeft een positieve invloed op TOS. Hoe jonger het kind is, hoe groter de kans op herstel. Een kind leert een taal namelijk tussen 0 en 6 jaar. De gevoeligheid om iets nieuws aan te leren op taalgebied is dan het grootst.

Hoe herkent u een TOS?


Een taalontwikkelingsstoornis bij uw kind kunt u herkennen aan verschillende signalen:

 

  • uw kind spreekt in korte, onlogische zinnen
  • uw kind is slecht verstaanbaar
  • uw kind is stil en praat weinig
  • uw kind kan zich slecht concentreren
  • uw kind begrijpt anderen vaak niet
  • uw kind lijkt soms niet te luisteren

 

Bekijk voor het herkennen van signalen ook op de site kindentaal.nl. U kunt hier ook de SNEL-test doen. In 14 vragen krijgt u een beeld van de taalontwikkeling van uw kind. Vermoedt u dat uw kind een taalontwikkelingsstoornis heeft? Ga voor advies naar de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen u verder doorverwijzen.

 

 


Vroeg Signaleren Taal stoornis

Vroegsignalering

 

Het vroegtijdig signaleren van taalstoornissen bij kinderen vergroot de effectiviteit van behandeling en bespaart op langere termijn kosten in de gezondheidszorg. Een effectieve behandeling draagt bij aan een betere start in het basisonderwijs. Logopedisten kunnen een belangrijke rol spelen bij de signalering door hun specifieke kennis over spraak-taalontwikkelingsachterstanden over te brengen op professionals in de zorg en bij het onderwijs. Daarom is het belangrijk, aldus de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF), dat beleidsmedewerkers bij gemeenten en werkers op het gebied van jeugd, onderwijs en gezin op de hoogte zijn van de mogelijkheden die logopedie kan bieden.

 

Meriam de Beun en Brigitte van der Meer gaan al sinds lange tijd alle basisscholen en peuterspeelzalen in de gemeente Hendrik Ido Ambacht langs om logopedische problematiek te signaleren, in kaart te brengen en om hierover advies uit te brengen aan ouders en leerkrachten. Zij doen dit vanuit Gezondheidscentrum de Volgerlanden in opdracht van de gemeente. De gemeente Hendrik Ido Ambacht is op dit gebied een zeer vooruitstrevende gemeente en ziet het belang en de kracht in van deze vorm van vroegsignalering.

 

Bron: NVLF


Mijn kind leert lezen

Zo, na zes weken vakantie vieren is het deze week weer tijd om naar school te gaan.
Voor een aantal kinderen wordt het extra spannend; zij gaan naar groep 3!

logo

 

In groep 3 gaat uw kind leren lezen. De meeste kleuters kennen inmiddels al ongeveer 18 letters. Dit aantal zal de komende weken snel toenemen en binnen korte tijd zult u thuis uw kind woordjes horen lezen, zoals /maan/, /roos/ en /vis/. Aan het begin gaat dit nog door middel van ‘hakken en plakken’, maar rond de herfstvakantie worden korte woordjes al vloeiend gelezen. Het leren lezen wordt door een groot deel van de kinderen ervaren als een feest. Er gaat een nieuwe wereld voor ze open en ook straatnaamborden of het melkpak op de ontbijttafel moeten worden gelezen.

 

Niet voor alle kinderen verloopt het proces van leren lezen even soepel. Het kan zijn dat het kind moeite heeft met het ‘hakken en plakken’ en/of de geleerde letters maar niet kan onthouden. Vloeiend lezen wordt dan een lastige opgave. De logopedist, gespecialiseerd in lezen en spellen, kan hulp bieden in het aanleren van de basisvaardigheden die nodig zijn om tot lezen te komen. Haar belangrijkste uitgangspunt is: leessucces door leesplezier!

 

Alvast spelenderwijs leren lezen? Probeer onderstaande leerzame apps!

 

Juf Jannie – Letters leren & leren lezen

Klankklas

Bobo Letters

 


Speenzuigen

Difrax-sfeer

De negatieve gevolgen van speenzuigen zijn:

• Afwijkende tand- of kaakstand
• Kans op mondademen, verkoudheden en oorproblemen
• Verkeerde uitspraak (slissen)
• Afwijkend slikken en kauwen

 

Wij adviseren ouders om hun kinderen te helpen bij het afleren van de speen, als:

• het kind 3 jaar of ouder is;
• het kind vaker wel dan niet een duim in zijn mond heeft
• het kind vaak zijn mond open heeft
• het kind regelmatig verkouden is
• de tong tegen of tussen de tanden doorkomt tijdens het spreken (slissen)
• er gebitsveranderingen optreden ten gevolge van het speenzuigen

 

Wees zeer consequent bij het afleren van het speenzuigen. Dit is in eerste instantie vervelend voor uw kind, maar dit is uiteindelijke wel de snelste manier om uw kind te helpen bij het afleren van deze gewoonte. Bij speenzuigen is het juist goed om het in één keer af te leren. Gooi samen met uw kind alle spenen in huis weg, pak ze in als cadeau voor een andere baby of geef het mee aan iemand die op vakantie gaat. Het is belangrijk om uw kind bij dit proces te betrekken, zodat het begrijpt waarom het niet meer kan speenzuigen.

 

Voor vragen en/ of opmerkingen over het speenzuigen of een andere zuiggewoonte kunt u natuurlijk (vrijblijvend) contact met ons opnemen.

 

Bron foto. 


Stemproblemen

 

Stem

Bron plaatje

Veel mensen hebben er weleens last van: een schorre of hese stem tijdens een fikse verkoudheid of na een avondje feesten. Dit is een normaal verschijnsel. Er is een periode veel verlangd van de stem (over omgevingslawaai heen praten, of langdurig hoesten) waardoor de stembanden wat vermoeid of beschadigd zijn. Meestal lost zich dit met wat stemrust en zelfzorg weer helemaal op. Dit noemen we nog geen stemprobleem. Een stemprobleem ontstaat pas wanneer iemand langdurig of regelmatig last heeft van zijn stem. Soms na een dagje wat langer praten, maar soms ook zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Het is dan belangrijk om uit te zoeken of je tot een risicogroep behoort.

 

Over het algemeen hebben vrouwen, bijvoorbeeld, sneller last van hun stem dan mannen. Dit komt omdat vrouwen vaker een onvolledige stembandsluiting hebben: hun stembanden sluiten soms maar voor driekwart, waardoor de stembanden niet optimaal gebruikt worden. Ook mensen met een spreekberoep (denk aan juffen en meesters, dominees, professionele zangers, huisartsen, maar ook sportcoaches en vertegenwoordigers) hebben door hun zwaardere stembelasting sneller kans op een blijvend of steeds terugkomend stemprobleem. Daarnaast is stress een zeer belangrijke factor bij het ontstaan van een stemprobleem.

 

De problemen die je vaak hoort, zijn: schorheid, heesheid, een pijnlijke keel, een vermoeide stem, het gevoel van een brok in de keel en het soms helemaal wegvallen van de stem.  Wat gebeurt er nu eigenlijk met je stembanden als je hier klachten hebt?  Om dit uit te leggen moeten we het stemapparaat wat beter bekijken. Met het stemapparaat bedoelen we het strottenhoofd met daarin alle spieren die meewerken om de stembanden te laten werken en de stem tot uiting te laten komen.

 

De mens heeft het meest ontwikkelde stemapparaat van alle dieren. Hierdoor kunnen we niet alleen geluiden maken, maar kunnen wij onze stem ook gebruiken om te spreken en zelfs zingen. Er zijn wetenschappers die denken dat de moderne mens de Neanderthalers overleefde omdat het stemapparaat van de moderne mens verder ontwikkeld was. Hierdoor konden we beter met elkaar communiceren en zodoende een beschaving opbouwen.

 

De stem is opgebouwd uit een aantal belangrijke elementen, waarvan de stembanden, of stemplooien de bekendste zijn.  Deze bevinden zich in de larynx oftewel het strottenhoofd en worden aangestuurd door de spieren in het hoofd-halsgebied.

Stembanden

Het stemgeluid ontstaat doordat lucht vanuit de longen langs de stembanden wordt geleid. De stembanden worden door spieren open en dicht geduwd in een golvende beweging, zodat de lucht in trilling wordt gebracht en er geluid ontstaat.

 

Een leuk filmpje waar dit goed wordt uitgelegd kun je hier vinden. 

 

Naast de spieren in het strottenhoofd werkt de middenrifspier ook nog hard mee. Deze spier zorgt er voor dat er lucht uit de longen wordt geduwd, richting het strottenhoofd.

 

Meestal ontstaat er een stemstoornis doordat de spieren niet harmonisch samenwerken. Soms wordt de middenrifspier te weinig gebruikt waardoor er meer kracht op de strottenhoofdspieren wordt gezet, om het tekort aan spierkracht op te heffen. Dit uit zich in een wat geknepen stem. Je kan dit wel een tijdje volhouden, maar vaak zorgt dit voor een snel vermoeide stem of beschadigde stembanden door een verkeerde drukverhouding tijdens het stemgeven.

 

Stress kan een belangrijke factor zijn. Door stress staan alle spieren ´onder spanning´ waardoor er teveel spanning ontstaat in het hoofd-halsgebied en ook de stem teveel geknepen wordt.  Soms is het erg moeilijk om de spieren letterlijk los te laten.

 

Wanneer er stemproblemen ervaren worden kan een logopedist hulp bieden. De logopedist zoekt samen met de stempatiënt uit waar het probleem vandaan komt. Soms kan het al helpen om verschillende adviezen op te volgen en soms is het nodig om een nieuwe ademtechniek aan te leren, om de stem zo optimaal mogelijk te ondersteunen. 

 

Bij Gezondheidscentrum de Volgerlanden heeft logopedist Ilse Brouwer verschillende cursussen gevolgd over het geven van stemtherapie.

 

Voor vragen kunt u de afdeling logopedie bereiken via 078-6256606 of via logopediegcv@gc-devolgerlanden.nl

 

 

 


Logopedie bij baby’s en jonge kinderen

Logopedie en eet-en drinkproblematiek

 

Twee logopedisten van ons team zijn de afgelopen periode bijgeschoold in hun kennis omtrent eet- en drinkproblemen bij baby’s en zeer jonge kinderen. Logopedisten kunnen namelijk ook ingeschakeld worden bij baby’s en zeer jonge kinderen bij wie de primaire mondfuncties zich niet goed ontwikkelen.

 

Een pasgeboren kind beschikt over de vaardigheden die noodzakelijk zijn om de voeding die via de borst of de fles aangeboden wordt tot zich te nemen. Dit proces verloopt reflexmatig en blijft beperkt tot het opzuigen en doorslikken van vloeibare voeding. Met het ouder worden zal het kind andere eettechnieken ontwikkelen en voedingsmiddelen van verschillende consistentie tot zich nemen. Dit zal tot stand komen na een complex leerproces. Bij sommige kinderen kan het leren eten van vastere voedingsmiddelen met een wisselende smaak door verschillende redenen belemmerd worden.

In dit geval is het raadzaam om contact op te nemen met onze logopedisten. Zij kunnen u een advies op maat geven en mogelijk verder begeleiden bij het tot stand komen van normale eet- en drinkgewoonten van uw kind.

 

Ook als u twijfels heeft over de eet- en drinkgewoonten van uw kind, bent u van harte welkom met uw vragen en/ of opmerkingen. Wij helpen u graag! De logopedisten waarbij u terecht kunt voor dergelijke problematiek zijn Brigitte van der Meer en Meriam de Beun.

 

De logopedisten van Gezondheidscentrum De Volgerlanden

Mail: logopediegcv@gc-devolgerlanden.nl

Tel: 078-6256606

 


Tips voor de spraak – taal ontwikkeling van uw kind

 

4-strategies-to-get-your-toddler-talking-copy

 

Het praten van uw kind – Deel 2

Enkele maanden geleden hebben we het kort gehad over het begin van de spraak-taal ontwikkeling bij jonge kinderen van 0 tot 1 jaar. Vandaag hebben wij het over de taalontwikkeling van kinderen van 1-3 jaar.

 

Fase 2: 1 tot 3 jaar

In deze fase vraagt uw kind aandacht door u mee te trekken, te wijzen en te vragen ‘wat is dat’, omdat hij of zij het nog niet onder woorden kan brengen. Uw kind gaat de wereld om zich heen ontdekken en begrijpt dat alles een naam heeft.

 

Van 1 tot 2 jaar

Nadat het eerste woord is gesproken, volgen er steeds meer. Uw kind gaat zich uiten door middel van loss woorden en probeert hier soms al een hele zin mee uit te drukken. Als uw kind bijvoorbeeld zegt: ‘eet’, kan dit verschillende dingen betekenen.

‘ik eet een appel’

‘ik wil eten, ik heb honger’

‘dit is een appel, die kan je lekker opeten’

Of een kind zegt ‘aai’. Dit kan betekenen:

‘dit is lekker zacht’

‘ik wil de hond aaien’

‘aai me’

De eerste woordjes die een kind spreekt, zijn woordjes die dagelijks worden gehoord. Ook zijn het woorden met een gemakkelijke uitspraak, zoals; mama of papa. Bij woorden die moeilijke uit te spreken zijn, zal uw kind klanken weglaten of veranderen, zoals bijvoorbeeld ‘Jeroen’ wordt ‘Oene’.

 

Van 2 tot 3 jaar

Over het algemeen wordt een éénwoordzin vrij snel gevolgd door tweewoordzinnen. Kinderen zeggen dan twee woorden achter elkaar. ‘Mama boek’ kan bijvoorbeeld betekenen:

‘dat is mama’s boek’

‘mama heeft een boek’

‘mama, kijk eens een boek’

‘mama, ik wil een boek lezen’

Uw kind zegt nog geen hele zin, maar enkel de woorden waar het om gaat. Als ouder begrijpt u uw kind alleen als u kan zien waar uw kind mee bezig is. Dit taalgebruik gebeurt bij kinderen onbewust. Zo kunnen ze ook plotseling een verhaal beginnen zonder uitleg of inleiding en verwachten dan van de ander dat deze meteen begrijpt waar het over gaat.

  • Een kind moet rond zijn tweede verjaardag, in het begin met één woord en later met minimaal twee of drie worden duidelijk maken wat hij wil, maar er mogen nog uitspraakfouten voorkomen.
  • Een kind moet rond zijn derde verjaardag minimaal zinnetjes van 3 tot 5 woorden maken: er worden soms al moeilijke woorden gebruikt en uitspraakfouten mogen nog voorkomen.

    shutterstock_129258890_750xn

TIPS VOOR OUDERS VAN KINDEREN VAN 1 TOT 2 JAAR

  • Geef uw kind voldoende aandacht en tijd om iets te vertellen.
  • Een kind begint met praten, omdat het plezier heeft in het praten met anderen. Bied deze mogelijkheid.
  • U bent het spreekvoorbeeld voor uw kind. Uw kind leert spreken door wat hij of zij in de dagelijkse omgeving hoort. Spreek in korte, goede zinnen. Voorbeelden hiervan zijn:
    • Ik ga weg
    • Ga je mee
    • Naar de winkel
    • Jas moet aan
  • Spreek rustig en duidelijk.
  • Neem geen kindertaal over, hoe lief of grappig het ook klinkt. Bijvoorbeeld: uw kind zegt op een gegeven moment ‘woef’. In plaats van over de woef te praten, kunt u beter zeggen: ‘Ja, daar is de hond’.
  • Sluit met uw spreektaal aan bij wat uw kind al kan begrijpen. Stel dat uw kind praat in één-woordzinnetjes, dan kunt u het beste praten in korte zinnetjes van 2-3 woorden en woorden gebruiken die uw kind al kent.
  • Zorg voor concreet taalgebruik, voorzie alle dagelijkse handelingen van taal. Praat tegen uw kind terwijl u samen bezig bent, bijvoorbeeld:
    • Ga je mee in bad?
    • Lekker wassen?
    • Rug, buik, benen, klaar!
  • Laat uw kind zinnetjes aanvullen bij een verhaaltje dat al vaker is verteld of voorgelezen. Bijvoorbeeld bij een boek:
    • Dit is een….Kind zegt ‘poes’.
    • De poes drinkt… Kind zegt ‘melk’
  • Zing liedjes voor en met uw kind.

TIPS VOOR OUDERS VAN KINDEREN VAN 2 TOT 3 JAAR

  • Neem niet te snel genoegen met alleen maar gebaren. Stel vragen en laat uw kind antwoord geven.
  • Luister naar wat uw kind te vertellen heeft. Probeer uw kind te begrijpen, antwoord te geven en vragen te stellen, zodat u samen in gesprek komt. Bijvoorbeeld:
    • Pop weg! Ja, de pop is weg. Weet jij waar de pop is?
    • Poes hier! Daar is de poes. Wat doet de poes?
  • Soms zegt uw kind iets waarbij hij of zij de taal niet goed gebruikt. Herhaal dit dan in de goede vorm, bijvoorbeeld:
    • Mama boek. Ja, dat is mijn boek.
    • Hond niet. Ja, dat klopt. Hier is geen hond.
  • Zing liedjes met uw kind en moedig aan om mee te zingen. Begeleidend bewegen maakt het onthouden gemakkelijker.
  • Bekijk platen en boeken met uw kind en vertel er eenvoudige verhaaltjes bij, bijvoorbeeld:
    • Dat is de poes.
    • Miauw zegt de poes.
    • Ik heb honger.
    • Wat wil de poes eten, denk je?
  • Praat met uw kind over de dingen die u samen doet. Praat ook over dingen die u samen ziet als u bijvoorbeeld in de bus zit, op straat loopt of in het bos wandelt. Maak u kind attent op dingen, bijvoorbeeld:
    • Kijk eens, een bloem
    • Ssst, hoor je de vogel?

 

Heeft u vragen over de spraak- en taalontwikkeling van uw kind? Laat het ons weten. Wij beantwoorden uw vragen graag!

De logopedisten van Gezondheidscentrum De Volgerlanden

Mail: logopediegcv@gc-devolgerlanden.nl

Tel: 078-6256606


Logopedie op je Tablet/Smartphone!

 

Apps bieden mogelijkheden om de spraak-, taal- en communicatieve ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Kinderen zijn meestal gemotiveerd om met een tablet te werken en kunnen zo een betere concentratie opbrengen.

 

Er zijn veel leuke apps beschikbaar, maar welke past bij de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van uw kind?

 

Op de website Praatapps vindt u bruikbare apps met allerlei verschillende thema’s en doelen. De apps zijn beoordeeld door logopedisten op gebruiksvriendelijkheid, aantrekkelijkheid, multifunctionaliteit en prijs-kwaliteit. Ook wordt aangegeven voor welke doelen een app geschikt is en er worden oefensuggesties gegeven.

 

Neemt u gerust telefonisch contact met ons op voor informatie over een (mogelijk) logopedisch probleem. Dit is geheel vrijblijvend. Wij staan u graag te woord.

 

U kunt ons bereiken op het telefoonnummer 078 – 625 66 06.

 

Hartelijke groet,

 

De logopedisten van Gezondheidscentrum de Volgerlanden,

Meriam de Beun, Ilse Brouwer, Jantine Lems en Brigitte van der Meer

 

 


Het praten van uw kind… (Deel 1)

Wist u dat het leren praten van uw kind vaak zo vanzelf gaat, dat u er als ouders nauwelijks bij stil staat? Toch is er heel wat nodig, voordat uw kind stap voor stap het praten heeft geleerd.

 

Op onze nieuwspagina willen wij de komende periode de verschillende fases van de taal- en spraakontwikkeling aan u voorleggen.

 

baby-met-telefoon

 

De eerste fase is de periode vanaf de geboorte tot het eerste levensjaar.

 

Fase 1: 0 tot 1 jaar

De taal- en spraakontwikkeling start direct vanaf de geboorte. Het eerste huilen en de eerste keuvelgeluidjes van een kind komen vanzelf. Alle kinderen over de hele wereld maken daarbij dezelfde soort geluidjes. Deze geluidjes gaan langzamerhand steeds meer op de eigen taal lijken. Het kind neemt namelijk de klanken over van mensen die veel met hem of haar praten. De reacties vanuit de omgeving zijn dus erg belangrijk voor de ontwikkeling van het spreken. Het kind gaat steeds meer geluiden, klanken en woordjes die het hoort, nadoen. Vanuit dit nadoen ontwikkelt zich tenslotte het spreken.

 

Bij sommige kinderen komt dit praten snel, bij anderen komt het wat later op gang. Leren praten is net als leren lopen; het ene kind leert het sneller dan het andere en het gaat met vallen en opstaan.

 

Het aantal klanken neemt in de loop van de maanden toe. Op de leeftijd van circa negen maanden kunnen kinderen al gevarieerde klanken maken en zetten deze klanken in, met name tijdens spel.

 

Voorbeelden hiervan zijn:

 

Ju-ju-ju-ju

Ti-ti-ti-ti

Ta-ta-ta-ta

mmm-mmm-mmmm-mmm

djoe-djoe-djoe

Rond de eerste verjaardag gaat bij de meeste kinderen het brabbelen op echte woordjes lijken. Ze vertellen hun ouders, op hun manier, hele verhalen.

Ete mee naa

Sja sja mee naa

Jaa tie taa

 

Het is belangrijk dat u kind rond de leeftijd van 12 maanden geluiden maakt die steeds meer op woordjes gaan lijken als u terug praat. Als dit niet het geval is , is voorlichting en eventueel begeleiding belangrijk.

 

Tips voor ouders van kinderen van 0 tot 1 jaar

  • In deze periode leert uw kind luisteren. Hierdoor leert hij verschillende geluiden van elkaar onderscheiden. U kunt uw kind hierbij helpen door hem of haar attent te maken op geluiden met behulp van geluidmakend speelgoed of door gekke geluidjes te maken.
  • Herhaal geluiden die het kind uit zichzelf maakt. Kijk uw kind daarbij aan en lach tegen uw kind. Zo stimuleert u dat uw kind u nadoet en zal hij de eigen stem en taal ontdekken.
  • Praat tegen uw kind, terwijl u bezig bent. Maak daarbij korte, eenvoudige, maar goede zinnen, zoals:
    • Dag schat
    • Heb je lekker geslapen?
    • Kom maar
    • We gaan eten
  • Zing eenvoudige liedjes met uw kind. Neem uw kind op schoot en zorg voor oogcontact. Maak bij het liedje behorende bewegingen.
  • Geluiden en woordjes zullen sneller worden waargenomen in een rustige omgeving dan in een drukke omgeving. Vermijd achtergrond lawaai zoveel mogelijk.

 

Heeft u vragen over de taal- en spraakontwikkeling van uw kind?

 

Wij beantwoorden deze graag.

De logopedisten van Gezondheidscentrum De Volgerlanden

Mail: logopediegcv@gc-devolgerlanden.nl

Tel: 078-6256606


Het belang van voorlezen voor de taalontwikkeling

voorlezen

 

Voorlezen is niet alleen leuk maar kan ook een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een kind. Jonge kinderen leren enorm veel van voorlezen. In de eerste plaats is voorlezen heel goed voor de taalontwikkeling van een kind. Kinderen leren nieuwe woorden tijdens het voorlezen en ze leren hoe een goede zin opgebouwd is. Door tijdens en na het voorlezen met het kind te praten over het boek wordt het kind ook gestimuleerd actief met taal aan de slag te gaan.

 

Ook leren kinderen gericht te luisteren wanneer ze voorgelezen worden en het kind leert zich te concentreren. Voorlezen stimuleert de fantasie van het kind. Afhankelijk van het onderwerp van het boek leert het kind ook veel van de wereld om zich heen, waardoor het het kind meer grip krijgt op de directe wereld om zich heen.

 

Hier onder volgen een aantal tips waar u op kunt letten bij het voorlezen:

 

1. Bekijk samen met uw kind de voorkant van het prentenboek. Wat zie je allemaal? Wat gebeurd er? Praat erover met uw kind. Zo wordt uw kind nieuwsgierig naar de rest van het boek.

 

2. Als uw begint met verhaal hoeft u niet letterlijk voor te lezen. Soms staan er moeilijke woorden in een boek en is het beter om in eigen woorden te vertellen wat er gebeurt.

 

3. Neem rustig de tijd om voor te lezen. Stop na elke bladzijde even om de illustratie goed te bekijken. Praat hierover.

 

4. U hoeft niet het hele verhaal te vertellen. U kunt ook vertellen over enkele bladzijden uit het boek.

 

5. Luister naar de reacties van uw kind. Reageer hierop.

 

6. Lees een prentenboek een paar keer voor. Kinderen houden van herhalingen.

 

7. Laat uw kind ook eens zelf het boek voorlezen/ vertellen.

 

8. Laat iemand anders ook eens voorlezen. (opa, oma)

 

9. Heeft u kind geen zin? Probeer het een andere keer nog eens.

 

10. Help uw kind bij vragen die het kind niet kan beantwoorden. Geeft complimentjes als het kind iets goed weet. Dit stimuleert het kind om verder te gaan.


Articulatietherapie PROMPT

 

In september 2014 heeft logopedist Ilse Brouwer de cursus “Introductie PROMPT: Techniek” gevolgd. In het onderstaande stukje legt Ilse uit wat PROMPT is, voor wie het is en wat haar resultaten zijn tot nu toe.

 Screen-Shot-2013-02-23-at-2.16.26-PM

Wat is PROMPT?

PROMPT is in het kort gezegd een techniek of methode voor het behandelen van articulatiestoornissen. Door middel van ‘prompts’ wordt de cliënt getriggerd om tot een goede uitspraak van een klank te komen.

 

Tijdens de cursus leer je voor elke klank een bepaalde prompt. Een prompt is een manuele manipulatie van de spraakbeweging. De logopedist gebruikt hierbij één hand om het hoofd van de cliënt te ondersteunen en één hand om de spraakklanken te manipuleren. De cliënt voelt en bedenkt dan hoe de klank gemaakt kan worden.

 

Dit ‘voelen’ werkt directer dan wanneer de nieuw te leren klank alleen maar via het gehoor en mondbeeld wordt aangeboden, zoals bij de meer traditionele behandelmethoden.

 

Daarnaast richt PROMPT zich niet op het uitspreken van alleen de verkeerde klank. De moeilijke klank wordt direct geoefend in woorden en zelfs zinnen. De gedachte hierachter is, dat wij niet in klanken spreken, maar in woorden en zinnen. De klank wordt dus direct toegepast in woorden, die het kind in het dagelijks leven kan gebruiken.

 

 

Voor wie is PROMPT bedoeld?

In principe kunnen alle articulatieproblemen hiermee behandeld worden. Van kinderen die slissen tot volwassenen die na hersenletsel bepaalde klanken niet meer optimaal kunnen maken.

 

Wat zijn de resultaten tot nu toe?

De cursus is nog maar kort geleden, maar Ilse past de prompts zeer vaak toe binnen de articulatietherapie. Ze merkt dat kinderen veel gemakkelijker tot de nieuw te leren klank komen dan wanneer ze alleen haar stem en mondbeeld als voorbeeld gebruikt. Naast kijken en horen wordt er nu een extra zintuig gebruikt in de behandeling, namelijk het ‘voelen’. Zelfs bij kinderen die het motorisch lastig vinden om de klanken te maken, kunnen opeens hele woorden en zinnen goed zeggen. De blijdschap die hiermee gepaard gaat is super om te zien!

 

Regelmatig gaat Ilse naar terugkomdagen en oefenmiddagen om de PROMPT-techniek te onderhouden en verder te leren over deze fantastische therapiemethode.

 

Vermoedt u dat u of uw kind een articulatieprobleem heeft of heeft u andere vragen? Neem dan contact met ons op via:

Mail: logopediegcv@gc-devolgerlanden.nl

Tel: 078-6256606

 

U kunt zich ook online aanmelden. Er wordt dan z.s.m. contact met u opgenomen. 

 

 De bron van de foto. 

 

 


Tweetaligheid

Tweetalig

Binnen de schoollogopedie komen wij geregeld kinderen tegen die tweetalig worden opgevoed. Over deze tweetaligheid heerst vaak onduidelijkheid.

 

De belangrijkste vraag bij het aanleren van verschillende talen is: welke talen zijn voor de kinderen belangrijk om te begrijpen en te spreken, nu en in de toekomst? Nederlands is belangrijk. Het is de taal van het land en de voertaal op school.

 

De thuistaal is het communicatiemiddel om met de cultuur verbonden te zijn. Zo kunnen kinderen in contact blijven met familieleden in het land van herkomst. En natuurlijk met de cultuur en eigen tradities. Het is dus belangrijk om de thuistaal te blijven spreken. Wanneer ouders zelf stoppen met het spreken van de thuistaal, dan gaat deze verloren.

 

Belangrijk bij het taalaanbod is dat de twee aangeboden talen niet te veel door elkaar heen gebruikt worden. Kies 1 taal bij 1 persoon ( bijvoorbeeld moeder spreekt altijd Spaans en vader spreekt altijd Nederlands). Een andere manier is afspreken dat 1 taal bij 1 plaats, activiteit of moment hoort ( bijvoorbeeld tijdens het eten met het gezin spreken we altijd Turks, op school spreken we altijd Nederlands).

 

Kinderen hebben de aangeboren gave om heel snel taal te leren, dit gebeurt automatisch. Maar ze kunnen alleen maar die talen leren, die ze vaak en goed te horen krijgen

 

Tips voor een goed taalaanbod:

  • Praat met uw kind over kleuren en vormen.
  • Benoem duidelijk wat je bedoelt, bijvoorbeeld “trek je rode laarzen aan” in plaats van “trek die aan”’
  • Praat over voorwerpen die je in de omgeving tegenkomt.
  • Lees dagelijks voor en praat over de verhaaltjes.
  • Stel vragen aan je kind.
  • Speel samen met uw kind. Spelletjes als “wie ben ik”, “ik zie, ik zie wat jij niet ziet” en memory zijn goed om de taal te stimuleren.

Als u vragen heeft of een afspraak wilt maken kunt u altijd contact opnemen.

U kunt ons telefonisch bereiken door te bellen naar: Praktijk telefoon: 078 – 6256606 Praktijk mobiel: 06 – 10957598 Schoollogopedie: 06 – 10957558

Buiten werktijden is het mogelijk om een boodschap achter te laten op het mobiele telefoonnummer van de praktijk.


Nieuw Schooljaar – Logopedie

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen! De kinderen gaan uitgerust en hopelijk met veel plezier weer naar school. 

 

Natuurlijk zijn er kinderen die problemen ondervinden met taal, spraak, spelling, mondgedrag, stotteren, adem en stem. Wij begeleiden hen graag om deze problemen aan te pakken. Onze logopedisten werken ook met peuters en met volwassenen.

 

Twijfelt u of de klacht van uw kind of van uzelf behandeld kan worden door een logopedist? Neem dan gerust telefonisch contact met ons op voor informatie. Dit is geheel vrijblijvend. Wij staan u graag te woord.

 

U kunt ons bereiken voor informatie of voor het maken van een afspraak door te bellen naar 078-6256606.

Het is ook mogelijk om via de website online een afspraak te maken. Wij bellen u dan graag terug.

 

Hartelijke groet,

 

De logopedisten van Gezondheidscentrum de Volgerlanden,

 

Meriam de Beun, Ilse Brouwer, Jantine Lems en Brigitte van der Meer


Logopedie en dyslexie

 

De logopedist is de specialist op het gebied van diagnostiek naar en de behandeling van taal- en spraakstoornissen.
Maar wist u dat de logopedist ook een belangrijke rol kan vervullen in het begeleiden van kinderen met lees- en spellingproblemen? En dat dit al in een vroeg stadium kan plaatsvinden? De logopedist beschikt over kennis met betrekking tot onderzoek en behandeling van factoren die nauw samenhangen met dyslexie, zoals fonologie (klankleer) en oproepsnelheid. Matige prestaties op deze deelgebieden kunnen een indicatie zijn voor latere lees- en spellingproblemen. De logopedist kan preventief handelen, in de vorm van een zogenaamde voorschotbenadering. Leerlingen in groep 2, waarbij risicofactoren worden gesignaleerd, kunnen worden begeleid door de logopedist. De behandeling bestaat uit het werken met klanken en letters, ter voorbereiding op het leesonderwijs in groep 3. De voorschotbenadering kan dyslexie niet voorkomen, maar de uitingsvorm ervan verkleinen.

Tevens kan de logopedist hulp bieden bij leerlingen die vastlopen in het lees- en spellingonderwijs in de hogere groepen. Ook nu geldt dat de problemen kunnen samenhangen met tekorten binnen de verschillende taalvaardigheden. De logopedist kan door middel van gericht taalonderzoek deze tekorten in kaart brengen en in de logopedische behandeling de basis van het lezen en spellen; de fonologie, verstevigen.

Binnen onze praktijk is Jantine Lems gespecialiseerd in het behandelen van kinderen met lees- en spellingproblemen. In de behandeling wordt gebruik gemaakt van evidence-based interventies. Goede samenwerking met ouders en school is een van de pijlers van de behandeling.

Jantine is aanwezig op maandag. Voor vragen kunt u haar bereiken via: j.lems@gc-devolgerlanden.nl

Meer lezen over Dyslexie? Lees hier de Folder dyslexie


Logopedie Loont

Weet u waar een logopedist u allemaal mee kan helpen?

De eerstelijnszorg komt de laatste tijd vaak in het nieuws, omdat de vrije zorgkeuze aan banden wordt gelegd door de strenge eisen van de zorgverzekeraars. Het gevolg hiervan is dat je binnenkort niet zomaar meer kunt kiezen voor de logopedist of fysiotherapeut bij u in de buurt, terwijl hij of zij misschien wel een specialist is op het gebied van uw hulpvraag, of die van uw kind.

Onder veel logopedisten heerst frustratie, omdat ons vak te weinig bekendheid en daarmee erkenning geniet van zorgverzekeraars, waardoor deze situatie ontstaan is.

Een aantal logopedisten uit het land hebben de onvrede over de huidige situatie omgezet in positieve energie en zijn een project gestart dat bijdraagt aan meer bekendheid en erkenning voor het vak. Door middel van crowd-funding is er geïnvesteerd in een prachtig filmpje dat een klein stukje laat zien van wat wij als logopedisten doen…wist u al wat de logopedist allemaal doet?


Neusademen en lipsluiting

Met je mond kun je veel dingen doen: eten, drinken, praten, zoenen, lachen, huilen…Hierbij beweegt de mond, in andere gevallen is de mond gesloten. Soms houdt het kind echter uit gewoonte de mond veel open. 

 

Dit kan een gevolg zijn van:

– Zuigen op duim, vinger(s) of speen

– Keel-, neus- en oorproblemen

– Longaandoeningen

 

Bij een open mond kun je door de neus of door de mond ademen. Het is beter door de neus te ademen dan door de mond. In de neus wordt de ingeademde lucht verwarmd, gezuiverd en bevochtigd. 

De gevolgen van een open mond kunnen zijn, dat:

– De spieren van lippen, tong en wangen slapper worden.

– De tong te ver naar voren komt, waardoor deze tijdens het slikken en het praten te veel tegen de tanden duwt.

– De kans op infecties zoals keel- en oorontsteking, verkoudheid of ontstoken amandelen groter is.

– Je minder goed ruikt.

 

De gevolgen van een open mond zijn soms pas merkbaar als het kind ouder is. Daarom is het belangrijk om al op jongere leeftijd te proberen de problemen vóór te zijn. Probeer daarom lipsluiting, dus een gesloten mond, te stimuleren. .

 

Tips: Laat uw kind een plat voorwerp zoals bijvoorbeeld een ijsstokje of een flippo tussen de lippen houden. Let wel goed op, dat het voorwerp tussen de lippen gehouden wordt en niet tussen de tanden.

Om voor uw kind de oefeningen leuker te maken, kunt u ondertussen voorlezen, televisie kijken, een spelletje spelen, kleuren, puzzelen… Begin met een paar minuten per dag en bouw dit uit naar een langere tijd.

Andere manieren om lipsluiting te stimuleren:

– Ruiken: wat ruik je allemaal: zeep, shampoo, verf, benzine, patat…

– Neuriën van liedjes.

– Blazen: blaas met de neus een kaars uit, een balletje of een pluisje weg, een neusfluit…

Als u vragen heeft of een afspraak wilt maken kunt u altijd contact opnemen.

 U kunt ons telefonisch bereiken door te bellen naar:

Praktijk telefoon:  078 – 6256606

Praktijk mobiel:     06 – 10957598

Schoollogopedie:  06 – 10957558

Buiten werktijden is het mogelijk om een boodschap achter te laten op het mobiele telefoonnummer van de praktijk.


Voorlezen en taalstimulering

Voorlezen en taalstimulering

 

Om de taalontwikkeling te stimuleren, kunt u een kind al op zeer jonge leeftijd laten kennismaken met boeken. Een baby kan een verhaal nog niet volgen, maar luistert wel naar de stem en intonatie van diegene die voorleest. Bekijk een boekje niet langer dan een paar minuten, want de spanningsboog van baby´s is kort. Vanaf drie à vier maanden kunt u samen naar plaatjes kijken. Benoem wat u ziet. Kies een boek uit met eenvoudige, duidelijke tekeningen of met de eerste kleuren die een baby kan zien: zwart, wit of rood.

 

Zorg dat boeken meegroeien met de leeftijd en belevingswereld van kinderen. Vaak staat op een boek de geschikte leeftijd. Vanaf 9 à 10 maanden kunt u beginnen met het voorlezen van simpele verhaaltjes. Vooral verhalen op rijm vallen in deze leeftijdscategorie in de smaak.

 

Lezen is meer dan het vertellen van een verhaal en taalontwikkeling is meer dan alleen lezen. Er zijn veel activiteiten die de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren, zoals het gebruik van een poppenkast of door het zingen van liedjes. Ook interactief voorlezen is een geschikte activiteit om de taalontwikkeling te stimuleren.

 

Bij interactief voorlezen betrekt u het kind actief bij het voorlezen. Behalve een moment van leesplezier, zorgt u er ook voor dat kinderen gericht luisteren en meedenken. U gaat met kinderen in gesprek over het boek in de vorm van open vragen: Wat zie je hier, wat denk je dat er hierna gaat gebeuren? Door open vragen te stellen, vertelt u uiteindelijk niet zelf, maar vertellen de kinderen het verhaal.

 

Interactieve boeken:

Zijn niet (al te) bekend bij de kinderen;

zijn spannend;

zitten vol onverwachte gebeurtenissen;

bevatten humor.

 

Als een verhaal spannend is, doen kinderen moeite om te begrijpen waarover het gaat. Zij vergroten zo hun woordenschat. Onverwachte gebeurtenissen in een verhaal stimuleren kinderen om te bedenken wat er kan gaan gebeuren. U prikkelt de fantasie en ontlokt taal, want de kinderen spreken uit wat zij denken dat er gaat gebeuren. Zorg ervoor dat de tekst niet zichtbaar is voor de kinderen.
Kinderen die nooit eerder interactief zijn voorgelezen, moeten er vaak aan wennen. Begin daarom met wat eenvoudige vragen om af te tasten wat kinderen (aan)kunnen.

 

Hoe meer er met kinderen wordt gelezen, hoe natuurlijker het voor ze wordt. Door uit te stralen dat voorlezen leuk is, zult u hen stimuleren om zelf boeken te gaan lezen.


Tweetalig

Tweetaligheid

Binnen de schoollogopedie komen wij geregeld kinderen tegen die tweetalig worden opgevoed. Over deze tweetaligheid heerst vaak onduidelijkheid. De belangrijkste vraag bij het aanleren van verschillende talen is: welke talen zijn voor de kinderen belangrijk om te begrijpen en te spreken, nu en in de toekomst? Nederlands is belangrijk. Het is de taal van het land en de voertaal op school.

De thuistaal is het communicatiemiddel om met de cultuur verbonden te zijn. Zo kunnen kinderen in contact blijven met familieleden in het land van herkomst. En natuurlijk met de cultuur en eigen tradities. Het is dus belangrijk om de thuistaal te blijven spreken. Wanneer ouders zelf stoppen met het spreken van de thuistaal, dan gaat deze verloren. Belangrijk bij het taalaanbod is dat de twee aangeboden talen niet te veel door elkaar heen gebruikt worden. Kies 1 taal bij 1 persoon ( bijvoorbeeld moeder spreekt altijd Spaans en vader spreekt altijd Nederlands). Een andere manier is afspreken dat 1 taal bij 1 plaats, activiteit of moment hoort ( bijvoorbeeld tijdens het eten met het gezin spreken we altijd Turks, op school spreken we altijd Nederlands). Kinderen hebben de aangeboren gave om heel snel taal te leren, dit gebeurt automatisch. Maar ze kunnen alleen maar die talen leren, die ze vaak en goed te horen krijgen

Tips voor een goed taalaanbod:

  • Praat met uw kind over kleuren en vormen.
  • Benoem duidelijk wat je bedoelt, bijvoorbeeld “trek je rode laarzen aan” in plaats van “trek die aan”’
  • Praat over voorwerpen die je in de omgeving tegenkomt.
  • Lees dagelijks voor en praat over de verhaaltjes.
  • Stel vragen aan je kind.
  • Speel samen met uw kind. Spelletjes als “wie ben ik”, “ik zie, ik zie wat jij niet ziet” en memory zijn goed om de taal te stimuleren.

Als u vragen heeft of een afspraak wilt maken kunt u altijd contact opnemen. U kunt ons telefonisch bereiken door te bellen naar: Praktijk telefoon: 078–625 66 06 Praktijk mobiel: 06–10957598 Schoollogopedie: 06–10957558 Buiten werktijden is het mogelijk om een boodschap achter te laten op het mobiele telefoonnummer van de praktijk.

——————————————————————————————————————————————————

Dyslexie en Logopedie

De logopedist is de specialist op het gebied van diagnostiek naar en de behandeling van taal- en spraakstoornissen. 
Maar wist u dat de logopedist ook een belangrijke rol kan vervullen in het begeleiden van kinderen met lees- en spellingproblemen? En dat dit al in een vroeg stadium kan plaatsvinden? De logopedist beschikt over kennis met betrekking tot onderzoek en behandeling van factoren die nauw samenhangen met dyslexie, zoals fonologie (klankleer) en oproepsnelheid. Matige prestaties op deze deelgebieden kunnen een indicatie zijn voor latere lees- en spellingproblemen. De logopedist kan preventief handelen, in de vorm van een zogenaamde voorschotbenadering. Leerlingen in groep 2, waarbij risicofactoren worden gesignaleerd, kunnen worden begeleid door de logopedist. De behandeling bestaat uit het werken met klanken en letters, ter voorbereiding op het leesonderwijs in groep 3. De voorschotbenadering kan dyslexie niet voorkomen, maar de uitingsvorm ervan verkleinen.

Tevens kan de logopedist hulp bieden bij leerlingen die vastlopen in het lees- en spellingonderwijs in de hogere groepen. Ook nu geldt dat de problemen kunnen samenhangen met tekorten binnen de verschillende taalvaardigheden. De logopedist kan door middel van gericht taalonderzoek deze tekorten in kaart brengen en in de logopedische behandeling de basis van het lezen en spellen; de fonologie, verstevigen.

Binnen onze praktijk is Jantine Lems gespecialiseerd in het behandelen van kinderen met lees- en spellingproblemen. In de behandeling wordt gebruik gemaakt van evidence-based interventies. Goede samenwerking met ouders en school is een van de pijlers van de behandeling.

Jantine is aanwezig op maandag. Voor vragen kunt u haar bereiken via: j.lems@gc-devolgerlanden.nl

Meer lezen over Dyslexie? Lees hier de Folder dyslexie

——————————————————————————————————————————————————

Weet u waar een logopedist u allemaal mee kan helpen?

De eerstelijnszorg komt de laatste tijd vaak in het nieuws, omdat de vrije zorgkeuze aan banden wordt gelegd door de strenge eisen van de zorgverzekeraars. Het gevolg hiervan is dat je binnenkort niet zomaar meer kunt kiezen voor de logopedist of fysiotherapeut bij u in de buurt, terwijl hij of zij misschien wel een specialist is op het gebied van uw hulpvraag, of die van uw kind.

Onder veel logopedisten heerst frustratie, omdat ons vak te weinig bekendheid en daarmee erkenning geniet van zorgverzekeraars, waardoor deze situatie ontstaan is.

Een aantal logopedisten uit het land hebben de onvrede over de huidige situatie omgezet in positieve energie en zijn een project gestart dat bijdraagt aan meer bekendheid en erkenning voor het vak. Door middel van crowd-funding is er geïnvesteerd in een prachtig filmpje dat een klein stukje laat zien van wat wij als logopedisten doen…wist u al wat de logopedist allemaal doet?

——————————————————————————————————————————————————

Neusademen en Lipsluiten

Met je mond kun je veel dingen doen: eten, drinken, praten, zoenen, lachen, huilen…Hierbij beweegt de mond, in andere gevallen is de mond gesloten. Soms houdt het kind echter uit gewoonte de mond veel open. Dit kan een gevolg zijn van: – Zuigen op duim, vinger(s) of speen – Keel-, neus- en oorproblemen – Longaandoeningen

Bij een open mond kun je door de neus of door de mond ademen. Het is beter door de neus te ademen dan door de mond. In de neus wordt de ingeademde lucht verwarmd, gezuiverd en bevochtigd. De gevolgen van een open mond kunnen zijn, dat: – De spieren van lippen, tong en wangen slapper worden. – De tong te ver naar voren komt, waardoor deze tijdens het slikken en het praten te veel tegen de tanden duwt. – De kans op infecties zoals keel- en oorontsteking, verkoudheid of ontstoken amandelen groter is. – Je minder goed ruikt.

De gevolgen van een open mond zijn soms pas merkbaar als het kind ouder is. Daarom is het belangrijk om al op jongere leeftijd te proberen de problemen vóór te zijn. Probeer daarom lipsluiting, dus een gesloten mond, te stimuleren. Tips: Laat uw kind een plat voorwerp zoals bijvoorbeeld een ijsstokje of een flippo tussen de lippen houden. Let wel goed op, dat het voorwerp tussen de lippen gehouden wordt en niet tussen de tanden. Om voor uw kind de oefeningen leuker te maken, kunt u ondertussen voorlezen, televisie kijken, een spelletje spelen, kleuren, puzzelen… Begin met een paar minuten per dag en bouw dit uit naar een langere tijd. Andere manieren om lipsluiting te stimuleren: – Ruiken: wat ruik je allemaal: zeep, shampoo, verf, benzine, patat… – Neuriën van liedjes. – Blazen: blaas met de neus een kaars uit, een balletje of een pluisje weg, een neusfluit…

Als u vragen heeft of een afspraak wilt maken kunt u altijd contact opnemen. U kunt ons telefonisch bereiken door te bellen naar: Praktijk telefoon: 078–625 66 06 Praktijk mobiel: 06–10957598 Schoollogopedie: 06–10957558 Buiten werktijden is het mogelijk om een boodschap achter te laten op het mobiele telefoonnummer van de praktijk.

——————————————————————————————————————————————————

Verhuisdatum bekend!

Met groot plezier kunnen we u vertellen dat de verhuisdatum bekend is: in het weekend van 14 – 15 februari gaan we verhuizen naar ons nieuwe pand aan de Sophiastaete, Druivengaarde 15 – 17, 3344 PK te Hendrik-Ido-Ambacht. We zijn op vrijdag en maandag op de gewone tijden geopend voor de apotheek- en huisartsenzorg. Om onze telefonische bereikbaarheid te verbeteren, wijzigt het telefoonnummer van de huisartsen naar 625 66 66.

——————————————————————————————————————————————————

Stottert mijn kind?

Regelmatig komen er ouders naar een logopedist met de vraag of hun kind stottert of misschien wel gaat stotteren. Sommige ouders beginnen zich zorgen te maken wanneer het kind tijdens het (enthousiast) vertellen regelmatig over zijn/haar woorden struikelt of wanneer het halverwege de zin weer opnieuw begint . Je hebt ook kinderen die klanken en woorden herhalen (zoals b-b-boek of ga-ga-ga je mee?), klanken verlengen (mmmmag ik mee?) en er zijn kinderen die blijven ‘hangen’ als ze iets willen zeggen. Toch is het zeker niet altijd nodig om je zorgen te maken.

Veel peuters en kleuters gaan op een leeftijd van 2 tot 5 jaar stotteren. Dit noemen we ‘ontwikkelingsstotteren’ en is niet hetzelfde als ‘echt’ stotteren. De oorzaak van het ontwikkelingsstotteren is niet helemaal bekend, maar we denken dat het te maken heeft met de rijping van de taal en de motorische vaardigheden die nodig zijn om te kunnen praten. De rijping van deze twee vaardigheden loopt dan niet helemaal synchroon. De spraakmotoriek loopt bijvoorbeeld iets achter, terwijl uw kindje juist zoveel te vertellen heeft! U kunt zich voorstellen dat dit kan zorgen voor een haperende, hakkelende spraak.  Maar vaak heeft het kind het zelf niet eens door!

Bij 80% van de kinderen die dit doen gaat dit vanzelf weer over wanneer het kind zich verder ontwikkelt. Toch is het wel belangrijk om op tijd in te grijpen wanneer het een serieus probleem lijkt te worden. Bijvoorbeeld als het kind zich er zelf bewust van wordt en gaat proberen het tegen te houden of voor te zijn. Als u zich zorgen maakt kunt u de SLS (ScreeningsLijst Stotteren) invullen. Deze checklist geeft u aan het einde een advies, bijvoorbeeld: neem contact op met een logopedist, of er is op dit moment geen reden voor verder onderzoek. Wanneer u besluit om contact op te nemen met een logopedist voor verder onderzoek, kunt u de ingevulde lijst meenemen. Als u vragen heeft of te veel twijfelt of dit bij uw kind speelt kunt u altijd contact opnemen. U kunt ons telefonisch bereiken door te bellen naar:

Buiten werktijden is het mogelijk om een boodschap achter te laten op het mobiele telefoonnummer van de praktijk. Tevens kunt u mailen naar: logopediegcv@gc-devolgerlanden.nl

——————————————————————————————————————————————————