Wat doet de schoollogopediste
Een goede spraak- en taalontwikkeling is één van de belangrijkste voorwaarden voor een succesvolle schoolloopbaan. Door in een vroeg stadium ontwikkelingsachterstanden op te sporen en te behandelen kunnen veel leerproblemen worden voorkomen.
Bij de schoollogopedie neemt de preventie en screening een belangrijke plaats in. Hoewel alle kinderen hiervoor in aanmerking kunnen komen, zijn het voornamelijk kinderen uit de groepen 1 en 2 van de basisschool.
De screening:
In het voortraject selecteert de leerkracht leerlingen met mogelijke problemen. Na observatie besluit de school-logopediste of verder testen noodzakelijk is. Verder onderzoek is mogelijk op de verschillende aandachtsgebieden. De uiteindelijke aanbevelingen die volgen uit de screening worden besproken met de ouders. In het vervolgtraject vervult de schoollogopediste een begeleidende en adviserende rol.
Preventie:
De primaire preventie is met name gericht op het voorkomen van logopedische problematiek (0-4 jaar). De secundaire preventie heeft meer als doel het zo vroeg mogelijk signaleren van eventuele logopedische problematiek en vervolgens interveniëren om de gesignaleerde problemen te verminderen en of op te heffen. De schoollogopedie in het basisonderwijs is voornamelijk gericht op de secundaire preventie.
Een kind komt in aanmerking voor logopedie als er problemen zijn op het gebied van:
- het gehoor: gehoorproblemen kunnen een goede spraaktaalontwikkeling in de weg staan.
- de ademhaling: foutief ademhalen kan de stem en het spreken negatief beïnvloeden.
- afwijkende mondgewoonten: duim- of vingerzuigen kan gebitsafwijkingen, foutief slikken of lispelen tot gevolg hebben
- de vloeiendheid: bijvoorbeeld stotteren.
- de taal: het begrijpen en het uitdrukken van gedachten is moeilijk door bijvoorbeeld te weinig woordkennis en door het niet kunnen vertellen in goede volledige zinnen.
- de stem: heesheid.
- nasaliteit: er wordt met teveel of met te weinig lucht door de neus gepraat.
- auditieve functies: dat zijn de luisterfuncties. Het geheugen voor woorden en/ of zinnen is zwak. Verschillen horen tussen woorden die op elkaar lijken gaat moeilijk (peer-beer; boek-doek).
- de articulatie: het nog niet kunnen uitspreken van één of meerdere klanken of klankverbindingen op een leeftijd waarop dat wel verwacht mag worden.